Periodiek systeem uit je hoofd leren in 4 stappen
Leer het periodiek systeem in brokken, niet als één lijst van 118 elementen. Leer het periode voor periode en groep voor groep, geef elk brok een ezelsbruggetje en test jezelf door een lege tabel uit je hoofd in te vullen. Herhaal de vakjes die je miste na één dag, na drie dagen en na een week. Begin met de eerste 20 elementen en voeg dan telkens één periode toe.
Het periodiek systeem heeft 118 elementen in 7 rijen, de perioden, en 18 kolommen, de groepen. De perioden bevatten 2, 8, 8, 18, 18, 32 en 32 elementen, dus de eerste drie zijn samen maar 18 elementen. Dat is een logisch eerste brok. Opdelen in brokken werkt omdat je werkgeheugen maar een paar dingen tegelijk vasthoudt, en zeven kleine sets zijn veel makkelijker dan één lange lijst.
Groepen kun je het best als geheel leren, omdat de elementen in een kolom zich vergelijkbaar gedragen. Groep 1 bevat waterstof en de alkalimetalen (Li, Na, K, Rb, Cs, Fr), groep 2 de aardalkalimetalen, groep 17 de halogenen (F, Cl, Br, I, At, Ts) en groep 18 de edelgassen (He, Ne, Ar, Kr, Xe, Rn, Og). Een zin waarvan de beginletters bij de symbolen passen, maakt van een hele kolom één herinnering.
Wat het echt laat beklijven, is ophalen en niet herlezen. Teken een leeg raster, vul elk symbool in dat je weet, vergelijk met een echte tabel en markeer de gaten. Deze oefening is de blurting-methode toegepast op scheikunde. Herhaal haar met steeds langere pauzes en besteed je tijd alleen aan de vakjes die fout waren.
| Brok | Van tot | Elementen |
|---|---|---|
| Periode 1 | H tot He | 2 |
| Periode 2 | Li tot Ne | 8 |
| Periode 3 | Na tot Ar | 8 |
| Periode 4 | K tot Kr | 18 |
| Periode 5 | Rb tot Xe | 18 |
| Periode 6 (met de lanthaniden) | Cs tot Rn | 32 |
| Periode 7 (met de actiniden) | Fr tot Og | 32 |
- 1Deel het op. Leer eerst de perioden 1 tot en met 3 (18 elementen) en voeg dan telkens één periode of groep toe. Op school heb je meestal eerst de eerste 20 elementen nodig.
- 2Geef elk brok een ezelsbruggetje. Schrijf een zin waarvan de beginletters bij de symbolen passen, zoals Hanna leest nooit kranten, Rob citeert Freud voor groep 1 (H, Li, Na, K, Rb, Cs, Fr).
- 3Vul een lege tabel in. Schrijf de symbolen uit je hoofd in een leeg raster, vergelijk met een echte tabel en markeer elk gat.
- 4Spreid je herhalingen. Doe de oefening opnieuw na één dag, drie dagen en een week, en richt je op de vakjes die je miste.