Hoe leer je de hersenzenuwen uit je hoofd?
Leer de 12 hersenzenuwen in lagen, één tegelijk. Eerst de volgorde, met een ezelsbruggetje van beginletters; het klassieke Engelse, Oh Oh Oh To Touch And Feel Very Good Velvet, Such Heaven, past op de Latijnse namen. Dan het type: sensorisch, motorisch of gemengd. Daarna één hoofdtaak per zenuw. Overhoor jezelf met een lege tabel, verspreid over een paar dagen.
Bij elke zenuw horen vier feiten: het nummer (I tot XII), de naam, het type en de functie. Alle vier tegelijk leren is wat de lijst zo zwaar maakt. In lagen gaat het beter, omdat elke laag aan de vorige hangt. Zit de volgorde, dan heb je de nummers er gratis bij. Het Engelse bruggetje werkt omdat de Latijnse namen (olfactorius, opticus, oculomotorius, trochlearis, trigeminus, abducens, facialis, vestibulocochlearis, glossopharyngeus, vagus, accessorius, hypoglossus) met dezelfde letters beginnen. Een eigen Nederlandse zin met die beginletters blijft vaak nog beter hangen.
Een paar patronen halveren het werk. De drie zuiver sensorische zenuwen, I, II en VIII, dragen speciale zintuigen: ruiken, zien, en horen en evenwicht. De drie oogspierzenuwen, III, IV en VI, zijn allemaal motorisch. Een korte formule ordent ze: LR6 SO4, de m. rectus lateralis wordt aangestuurd door VI, de m. obliquus superior door IV en de rest door III. Alleen V, VII, IX en X zijn gemengd. Voor het type is er de Engelse zin Some Say Marry Money But My Brother Says Big Brains Matter Most, waarin S sensorisch is, M motorisch en B gemengd (both).
Ezelsbruggetjes krijgen de lijst in je geheugen, maar actief ophalen houdt hem daar. Schrijf de hele tabel uit je hoofd op, controleer hem en markeer wat ontbrak. Herhaal dat de volgende dag, een paar dagen later en na een week. Teken de onderkant van de hersenstam met de zenuwen erbij en dek daarna de labels af. Zo koppel je elke naam aan zijn plek, wat helpt bij anatomietentamens met preparaten.
| Nr. | Zenuw | Type | Hoofdtaak |
|---|---|---|---|
| I | N. olfactorius | Sensorisch | Ruiken |
| II | N. opticus | Sensorisch | Zien |
| III | N. oculomotorius | Motorisch | Meeste oogbewegingen, pupil, ooglid |
| IV | N. trochlearis | Motorisch | Oogbeweging (m. obliquus superior) |
| V | N. trigeminus | Gemengd | Gevoel in het gezicht, kauwen |
| VI | N. abducens | Motorisch | Oogbeweging (m. rectus lateralis) |
| VII | N. facialis | Gemengd | Mimiek, smaak voorkant tong |
| VIII | N. vestibulocochlearis | Sensorisch | Horen en evenwicht |
| IX | N. glossopharyngeus | Gemengd | Smaak achterkant tong, slikken |
| X | N. vagus | Gemengd | Hart, longen, darmen, stem |
| XI | N. accessorius | Motorisch | Schouders ophalen, hoofd draaien |
| XII | N. hypoglossus | Motorisch | Tongbewegingen |
- 1Leer de volgorde met het bruggetje voor de namen. Zeg het hardop en schrijf dan de 12 namen naast de nummers I tot XII.
- 2Voeg het bruggetje voor het type toe en zet S, M of B naast elke zenuw.
- 3Prent de snelkoppelingen in: I, II en VIII zijn zuiver sensorisch, III, IV en VI bewegen het oog, en alleen V, VII, IX en X zijn gemengd.
- 4Geef elke zenuw eerst één hoofdtaak. Details komen later, zoals smaak van de voorste twee derde van de tong voor VII en het achterste derde voor IX.
- 5Vul een lege tabel uit je hoofd in, controleer hem en herhaal alleen de rijen die fout waren.
- 6Herhaal de volgende dag, na 3 dagen en na een week, met flashcards en een schets van de hersenstam met afgedekte labels.