Puntje-van-de-tong-fenomeen
Het puntje-van-de-tong-fenomeen is het gevoel dat je een woord of feit kent, maar het nu niet boven water krijgt: het ligt op het puntje van je tong. Soms weet je zelfs de eerste letter of het aantal lettergrepen. Het is een ophaalprobleem, geen opslagprobleem. De herinnering is er, alleen de weg ernaartoe is even geblokkeerd.
Roger Brown en David McNeill onderzochten het in 1966 door mensen definities van zeldzame Engelse woorden voor te lezen. Wie vastliep, kon vaak de eerste letter, het aantal lettergrepen en de klemtoon noemen, en de verkeerde woorden die opkwamen deelden die kenmerken. Hoe dichter iemand bij het woord zat, hoe nauwkeuriger die gedeeltelijke informatie was. De toestand heet ook lethologica en komt met de leeftijd vaker voor.
De gangbare verklaring is dat de betekenis van het woord actief is, maar dat de koppeling met de klank te zwak is. Een vergelijkbaar woord dat steeds opduikt, kan het juiste woord extra blokkeren. Op tentamens gebeurt hetzelfde met begrippen, namen en formules die je vaak hebt gezien maar zelden zelf hebt opgeschreven. In je aantekeningen herken je ze meteen, op een leeg vel komen ze niet.
Twee gewoontes helpen. Ten eerste ophaaloefening: elke keer dat je een begrip uit je geheugen haalt, wordt de weg ernaartoe sterker, iets wat herlezen niet doet. Ten tweede rijkere aanwijzingen: leer een begrip met de definitie, een voorbeeld, een plaatje en verwante woorden, zodat er meer wegen naartoe leiden. Gebeurt het tijdens het tentamen, markeer de vraag, ga door en kom later terug. Vaak komt het antwoord boven zodra je stopt met forceren.
| Situatie | Wat je kunt proberen | Waarom het helpt |
|---|---|---|
| Tijdens het tentamen | De vraag overslaan en later terugkomen | Voorkomt dat een verkeerd woord het juiste blokkeert |
| Tijdens het tentamen | Opschrijven wat je wel weet: beginletter, verwante begrippen, een voorbeeld | Gedeeltelijke aanwijzingen kunnen het hele woord terughalen |
| Tijdens het leren | Flashcards uit je hoofd beantwoorden voor je ze omdraait | Versterkt de weg van betekenis naar woord |
| Tijdens het leren | Elk begrip koppelen aan een voorbeeld, een plaatje en verwante begrippen | Meer aanwijzingen betekenen meer wegen naar het woord |
Op haar anatomietentamen weet Nora welk bot in de bovenarm zit. Ze ziet het voor zich, weet dat de vakterm met een h begint en drie lettergrepen heeft, maar de naam komt niet. Ze markeert de vraag en maakt de pagina af. Tien minuten later, bij een vraag over de elleboog, schiet humerus haar te binnen. Thuis zet ze het in haar flashcards en oefent ze namen zelf op te halen in plaats van ze alleen te herkennen.
- 1Maak van belangrijke begrippen flashcards met de definitie voorop en het begrip achterop.
- 2Zeg of schrijf het begrip voordat je de kaart omdraait, ook als je twijfelt.
- 3Geef elk begrip een tweede aanwijzing: een voorbeeld, een plaatje of een verwant woord.
- 4Herhaal de begrippen die je blokkeerden vaker, verspreid over meerdere dagen.
- 5Sla op het tentamen een geblokkeerde vraag over, noteer gedeeltelijke aanwijzingen en kom later terug.