Hoe onthoud je woordjes?
Maak een flashcard voor elk woord en herhaal ze met spaced repetition, zodat je een woord weer ziet vlak voordat je het zou vergeten. Schrijf op elke kaart het woord in een echte zin, niet alleen de vertaling. Koppel het aan een plaatje of aan een woord dat je al kent. Test jezelf daarna in plaats van alleen opnieuw te lezen. Zo laten taalleerders woorden blijven hangen.
Een woordenlijst opnieuw lezen voelt als studeren, maar het doet bijna niets. Je hersenen onthouden wat ze uit het geheugen moeten terughalen. Draai het dus om: kijk naar het woord, probeer de betekenis te zeggen, en controleer dan. Het net iets fout hebben en jezelf verbeteren, daar gebeurt het leren.
Spaced repetition regelt de timing voor je. Nieuwe of moeilijke woorden komen vaak terug. Woorden die je kent, komen steeds minder terug. Zo besteed je je tijd aan wat je echt blijft vergeten, en niet aan woorden die je weken geleden al beheerste.
Twee trucjes laten elk woord sneller blijven hangen. Gebruik het in een zin zodat het context heeft, niet alleen een kale vertaling. En koppel het aan iets dat al in je hoofd zit, een plaatje, een klank of een woord waarmee het rijmt. Hoe gekker de link, hoe beter je het onthoudt.
- 1Maak een flashcard per woord. Houd het bij een enkel woord en de betekenis.
- 2Zet het woord in een hele zin op de kaart, niet alleen de vertaling.
- 3Voeg een houvast toe: een klein plaatje of een woord waar het qua klank op lijkt, zodat het blijft hangen.
- 4Test jezelf. Zie het woord, zeg de betekenis hardop, en controleer dan.
- 5Gebruik spaced repetition zodat moeilijke woorden eerder terugkomen dan makkelijke.
- 6Markeer de woorden die je fout hebt en oefen die iets meer dan de rest.