Timeblocking
Timeblocking betekent dat elke taak een vast tijdslot in je agenda krijgt, net als een afspraak, in plaats van dat je werkt vanaf een takenlijst. Bij studeren ziet dat er zo uit: dinsdag van 9.00 tot 10.30 uur organische chemie, van 14.00 tot 15.00 uur flashcards voor geschiedenis, en in die blokken doe je niets anders.
Een takenlijst vertelt je wat je moet doen, maar nooit wanneer. Juist in dat gat glipt het studeren weg. Je opent de lijst om 16.00 uur, pakt het makkelijkste, en het moeilijke hoofdstuk wacht tot de avond voor het tentamen. Een tijdsblok sluit dat gat. De beslissing over wanneer is al genomen, dus je begint gewoon.
Bij studeren werkt een blok het best als het aan één vak en één concrete activiteit gekoppeld is. Niet 'bio leren', maar '20 quizvragen over celademhaling maken'. Een vaag blok eindigt in herlezen. Voor geconcentreerd werk passen blokken van 45 tot 90 minuten goed, eventueel opgedeeld in pomodororondes als je aandacht wegzakt, met 10 tot 15 minuten buffer tussen de blokken.
De meest gemaakte fout is een perfecte week zonder speling. Eén college loopt uit en je hele planning ligt in duigen. Plan hooguit ongeveer twee derde van je vrije uren in en laat de rest open. Timeboxing (een vaste tijdslimiet voor een taak) en dagthema's (een hele dag voor één onderwerp) zijn er goed mee te combineren.
| Tijd | Blok | Wat je echt doet |
|---|---|---|
| 8.00-9.30 | Focus: moeilijkste vak | 20 opgaven over het onderwerp dat vorige week misging |
| 9.30-9.45 | Buffer | Pauze, water, geen telefoon |
| 10.00-12.00 | Colleges | Erheen gaan en vragen in de kantlijn schrijven |
| 14.00-15.00 | Actief ophalen | Flashcards en een korte quiz over het college van gisteren |
| 15.15-16.00 | Kleine klusjes | Mail, regelzaken, printen, groepsapp |
| 19.00-19.30 | Terugblik en planning | Kijken wat af is en de rest naar morgen schuiven |
Jonas heeft over vijf weken drie tentamens en 'studeerde de hele middag', zonder dat er veel uit kwam. Hij stapt over op twee vaste blokken per dag: van 9.00 tot 10.30 uur statistiek, zijn zwakste vak, en van 16.00 tot 17.00 uur het vak dat daarna aan de beurt is. Zijn telefoon ligt tijdens beide blokken in een andere kamer. Na twee weken heeft hij elke opgavenset voor statistiek één keer gemaakt, iets wat hij het hele semester had uitgesteld.
- 1Zet eerst je vaste punten erin: colleges, bijbaan, slaap, maaltijden, sport.
- 2Schrijf op wat je deze week moet leren, schat elke taak en tel er 50 procent bij op. Je eerste schatting is bijna altijd te krap.
- 3Zet je moeilijkste vak op de uren waarop je je het best concentreert. Voor veel mensen is dat de ochtend.
- 4Geef elk blok één vak en één concrete taak, en zet die in de agenda-afspraak.
- 5Laat 10 tot 15 minuten tussen de blokken vrij en houd minstens één avond per week vrij.
- 6Vergelijk elke avond 5 minuten je planning met wat er echt gebeurde en verschuif onafgemaakte blokken in plaats van ze te wissen.