Impliciet geheugen
Het impliciete geheugen is geheugen dat je gebruikt zonder te merken dat je iets herinnert. Fietsen, typen zonder te kijken of een woord sneller lezen omdat je het net zag, is impliciet geheugen. Het tegenovergestelde is het expliciete geheugen, dat je bewust ophaalt. Voor studenten verklaart het een valkuil: herlezen aantekeningen voelen bekend, ook als je ze niet kunt ophalen.
In de psychologie wordt het langetermijngeheugen verdeeld in expliciet geheugen (feiten en gebeurtenissen die je bewust kunt ophalen) en impliciet geheugen, ook wel niet-declaratief geheugen genoemd. Het impliciete geheugen zie je terug in wat je doet, niet in wat je kunt vertellen. De belangrijkste vormen zijn het procedurele geheugen (vaardigheden en gewoontes), priming (sneller verwerken van iets wat je eerder bent tegengekomen) en klassieke conditionering (aangeleerde reacties, zoals een golf van stress als je de tentamenzaal binnenloopt).
De beroemde patiënt H.M. liet zien hoe gescheiden die systemen zijn. Na een hersenoperatie in 1953 kon hij geen nieuwe expliciete herinneringen meer vormen. Toch werd hij in een paar dagen steeds beter in een taak waarbij hij via een spiegel moest tekenen, terwijl hij elke keer zei dat hij dat nog nooit had gedaan. Zijn geheugen voor de vaardigheid werkte. Zijn geheugen voor het oefenen niet.
Bij studeren heeft het impliciete geheugen een geniepige bijwerking. Als je een hoofdstuk herleest, worden de woorden elke keer makkelijker te verwerken. Dat soepele gevoel voelt als weten. Maar het tentamen vraagt je om het antwoord bewust op te halen, met het boek dicht, en dat is expliciet geheugen. Herlezen bouwt vooral vertrouwdheid op, jezelf overhoren bouwt het ophalen op dat je nodig hebt. Daarom eindigt 'toen ik het las, wist ik het' zo vaak in een leeg vel.
| Vorm | Wat het is | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Procedureel geheugen | Vaardigheden en gewoontes die automatisch gaan | Typen, fietsen, een geoefende labtechniek |
| Priming | Eerder contact versnelt latere verwerking | 'Neuron' sneller lezen omdat het op de vorige slide stond |
| Klassieke conditionering | Een aangeleerd verband tussen een prikkel en een reactie | Zenuwen zodra je de tentamenzaal binnenloopt |
Noah las zijn aantekeningen farmacologie drie keer door en voelde zich klaar. Elke medicijnnaam kwam hem bekend voor. In het oefententamen beschreef een vraag een werkingsmechanisme en vroeg naar het middel, en er kwam geen enkele naam boven. De vertrouwdheid had hem misleid. Daarna dekte hij de rechterkolom van zijn aantekeningen af en antwoordde hardop, en het volgende oefententamen ging een stuk beter.
- 1Sluit na een stuk tekst je materiaal en schrijf of zeg wat je nog weet.
- 2Maak van kopjes vragen en beantwoord ze voordat je kijkt.
- 3Zie 'dat komt me bekend voor' als waarschuwing, niet als bewijs dat je het kent.
- 4Wissel vraagsoorten en volgorde af, zodat je niet op de opmaak van de pagina leunt.
- 5Oefen vaardigheden zoals opgaven oplossen helemaal door tot ze soepel gaan. Daar werkt het impliciete geheugen juist voor je.